Het Bijbelse scheppingsverhaal en de natuurwetenschap IV: De bewoners van water en lucht

Abstract

„En God zeide: Dat de waterenwemelen van levende wezens, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels. Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard”.
https://doi.org/10.4102/koers.v26i12.1719
PDF